Terug naar
de Bron
Zoektocht naar de geheimen van de
geschiedenis
Door de eeuwen heen zijn er heel wat aan
rijkdommen, raadsels en kostbare historische objecten op deze aarde verloren gegaan.
Ze zijn verwoest, buit gemaakt, verdronken, verbrand. Maar er is ook veel wat is verdwenen maar
waarvan we niet weten waar het is gebleven. Die raadselachtige verdwijningen
zijn juist in deze tijd voer voor romanschrijvers, die er in hun verhaallijn
ook niet voor schromen om er allerlei religieuze geheimen aan te verbinden,
bijvoorbeeld in hun interpretatie over het leven en sterven van Jezus of over
hun zienswijze waarop het christendom is ontstaan door het weglaten van
waarheden. En dan zitten we midden in de plot van bijvoorbeeld een Da Vinci
Code of een Bernini Mysterie. Op 15 mei is de Nederlandse première van de
nieuwe film Angels & Demons, gebaseerd op opnieuw een boek van Dan Brown.
Lost in history
Wat is het toch dat juist in deze tijd het mysterie zo’n gewild onderwerp is bij zo veel schrijvers. Een redelijk aantal films en stapels met boeken vertellen de ontcijfering van oude codes en het avontuur dat daarop volgt. Filmpersonages als Robert Langdon, Indiana Jones, Lara Croft en Ben Gates delen deze passie en dalen in de aarde af om de verdwenen rijkdommen en geheimen weer naar de oppervlakte te halen. De boeken gaan als zoete broodjes over de toonbank. De films zijn kaskrakers. Maar het gaat dan ook om aansprekende zaken uit de eeuwenlange geschiedenis van de mensheid. Om er maar enkelen te noemen.
Na de regeerperiode van Salomo omstreeks 900 v. Chr. wordt niets meer vernomen van het heiligste object van het Joodse volk: de Ark van het Verbond. Legendes vertellen over een geheime bergplek onder de tempel, maar ook van een ontvoering van de heilige kist naar Ethiopië. Niemand weet het is gebleven.
In 70 na Chr. Pluderden de Romeinen Jeruzalem. Ze namen de nog resteren tempelschatten als buit mee naar Rome. Omstreeks het jaar 400 na Chr. veroverden de Westgothen (of Visigothen) Rome. De legenden vertellen van een grote goudschat en vele belangrijke objecten die als buit werden meegenomen. Daaronder zouden zich ook de zevenarmige kandelaar en de broodtafel uit de tempel van Jeruzalem bevinden. Er is nooit meer wat van vernomen.
In 1204 wordt Constantinopel door het kruisleger geplunderd. Een schat aan zeldzame relieken en relikwieën wordt meegenomen naar het westen. Waaronder mogelijk ook de zogenaamde Arma Christi, de kruisrelieken. Veel van die kostbaarheden en heilige voorwerpen verdwijnen in de mist van de geschiedenis.
Ergens in een nacht in maart 1244 ontsnappen nog enkele Katharen hun laatste bolkwerk Monségur. De volgende dag geeft de belegerde vesting zich over en vinden de parfaits de dood op brandstapel. Volgens de overleving brengen de vluchtelingen de Kathaarse geheimen in veiligheid. Niemand weet wat dat is geweest. Niemand ook heeft het ooit gevonden.
De Tempeliers staan bekend om hun rijkdom en hun geheimen. Zo zouden ze tijden hun verblijf in Jeruzalem rond 1125 opgravingen hebben verricht onder tempelberg. Op vrijdag 13 oktober 1307 worden de tempeliers in Frankrijk van hun bed gelicht. We ontlenen er nu nog steeds de ongeluksvrijdag aan. Via helse martelingen proberen de Paus en de Franse koning achter hun geheim te komen. Tevergeefs! Ze houden hun kaken stijf op elkaar. Een deel van de schatten lijkt per schip overgebracht te zijn naar Schotland en Canada. Van het grootste deel van de geheimen en de rijkdommen is echter de nieuwe verblijfplaats onbekend.
Intrigerende vraag is of er plaatsen op de aarde zijn waar één of meer van deze verloren schatten en geheimen zijn opgeslagen?
Fictie of werkelijkheid
Voor de meeste lezers van de boeken blijft het fictie. Maar stel eens voor dat het niet allemaal fantasie is maar een verwijzing naar een op feiten gebaseerde werkelijkheid. Verbeeld je eens dat er inderdaad ergens een bergplek is waar één of meerdere van de genoemde geheimen en kostbaarheden in de schatkamer der eeuwen is opgeslagen. Stel eens voor dat de objecten en geheimen niet zijn verdwenen, maar door de tijd heen zijn veilig gesteld door ijverige ingewijden die het hebben verborgen voor het nageslacht.
Het is me nogal een stelling: een echte schatkamer, echte intriges rond geheimen van de mensheid. We kunnen nu nog slechts gissen naar de reden om het tot nu toe verborgen te houden. Het zou kunnen liggen aan het begrip of juist het onbegrip van mensen die om een geheimzinnigheid elkaar onderdrukken en om een kostbaarheid met elkaar vechten. De aanleiding voor de heimelijkheid kan ook zijn dat het antwoorden bevat op de vragen naar de bron van ons bestaan en de oorsprong van ons denken. Voor een dergelijke onthulling moet de mensheid klaar zijn.
Stel je inderdaad eens voor dat eerst bijvoorbeeld Keltische druïden, ingewijde joden, Tempeliers en later hun erfopvolgers – misschien georganiseerd in geheimzinnige ordes – de geheimen hebben bewaard en er schatten aan hebben toegevoegd en vervolgens codes en aanwijzingen hebben gefabriceerd die naar de geheimen verwijzen. Aanwijzingen om de plaats van de bergplek te verhullen, maar vooral ook om ervoor te zorgen dat de goede verstaander uiteindelijk wel de plek kan vinden. Als de tijd daar rijp voor is.
Sinds jaar en dag zijn mensen bezig juist deze plek te zoeken. We kennen de verhalen over de zoektocht naar de Heilige Graal of naar het verloren Atlantis of naar het mythische Arcadië of van alchemisten die de Steen der Wijzen proberen te ontdekken. Er worden boeken over geschreven en films over gemaakt. We zijn ervan overtuigd dat al die zoektochten verwijzen naar de queeste naar de schat der eeuwen en het geheim van Sophia, de ware kennis en wijsheid. Ook denken we dat het moment waarop we zullen vinden heel dichtbij is. Geen fictie maar werkelijkheid!

Bérenger Saunière
De bijzondere gaven van een dorpspastoor
In 1885 beklimt een man in een zwarte soutane de heuvel van Rennes le
Chateau. Het is Bérenger Saunière, de nieuwe pastoor van het kleine bergdorp in
de Languedoc. Hij kent de streek als de
zakken van zijn priesterkleding. Nauwelijks tien kilometer verderop in
Montazels heeft zijn wieg eens gestaan. Bewust of tegen wil en dank krijgt hij
een hoofdrol in dit verhaal.
Rhedae
Rennes
le Chateau ligt op een strategische plek in de Languedoc. In de Romeinse tijd
en misschien ook daarvoor was het gebied al bekend, bijvoorbeeld in verband met
de thermische baden in Rennes les Bains. In Rennes en omgeving zou ook het
vroeg-middeleeuwse Rhedae hebben gelegen. Eén van de hoofdsteden van het
Visigothische Rijk. Ten tijde van de Katharen en de burggraven was het gebied
een bakermat voor religie en cultuur. De verschillende kasteelruïnes in de
directe omgeving getuigen nog van deze rijke periode uit de geschiedenis.
Direct ten zuiden van Rennes le Chateau torent het tempelierskasteel Le Bezu
hoog boven de omgeving uit. Het grensgebied van de koninkrijken van Aragon en
Frankrijk was ene gewilde plek voor Joden, Mohammedanen, Katharen en
Christenen. Die bloeiperiode van de Occitaanse cultuur heeft tot in de
dertiende eeuw geduurd. Toen woedde in de streek de furie van de kruistocht.
Deze zogenaamde Albigenzische kruistocht had als doel de vernietiging van het
Kathaarse geloof en de bevestiging van de macht van de katholieke kerk en het
Franse koningschap. Het rijke gebied is
de verschrikkingen en verwoestingen van die strijd eigenlijk nooit meer te
boven gekomen. Van de eens machtige kastelen bleven de ruines over die nog
steeds in de streek te vinden zijn.
De pastoor gaat verbouwen
De
geschiedenis van Bérenger Saunière is een sleutelverhaal van het mysterie. Hij
heeft zich kennelijk niet echt geliefd gemaakt bij de kerkelijke autoriteit,
want na een paar jaar in een nog kleiner bergdorpje iets zuidelijker te hebben
gediend, is de ‘promotie’ naar Rennes le Chateau nauwelijk een succesvolle
kerkelijke loopbaan te noemen. Het kleine Franse dorpje in de aanloop van de
Pyreneeën heeft ruim 200 parochianen en het salaris van de dorpspastoor is –
samen met de giften van de arme bevolking – maar net voldoende om van te leven.
De plaatselijke kerk zit financieel aan de grond. Saunière leent uiteindelijk
wat geld om zijn vervallen kerkje dat aan Mara Magdalena is gewijd op te
knappen.
Het geheim van Saunière
Volgens het verhaal vindt Saunière bij de eerste restauratiewerkzaamheden in zijn kerkje een crypte onder het oude altaar en een aantal objecten en perkamenten. Die perkamenten zijn voor het vervolg het meest interessant. Het blijken gecodeerde teksten te zijn die de pastoor na een bezoek aan Parijs uiteindelijk wijzen naar iets waar hij voor de rest van zijn leven een behoorlijke duit aan overhoudt. Het schijnt iets te maken te hebben met de afbeeldingen op twee schilderijen en de inscripties op een aantal grafstenen op het kerkhof. Het is niet duidelijk of Saunière werkelijk de poet heeft gevonden of slechts de oplossing van het mysterie en door de ‘hoeders’ ervan wordt betaald. In ieder geval stroomt het geld binnen.
De
kerk wordt ingrijpend opgeknapt en de pastoor laat een domein inrichten met een
bibliotheektoren, een promenademuur, een oranjerie, een exotische tuin en een
herenhuis voor zijn gasten. Hij neemt het er goed van. Hij is niet meer van
Rennes le Chateau weg te denken en ontvangt er aanzienlijke gasten.
Verantwoording over zijn doen en laten legt hij nauwelijks af en pogingen om
hem te vervangen zijn tevergeefs. Het geheim geeft de vinder kennelijk ook
macht.
Het wat en hoe van zijn ontdekking is echter tot op de dag van vandaag aanleiding voor oneindige speculaties. Eigenlijk weten we het nog steeds niet precies. Saunière hakte de inscripties van de stenen. Hij overleed in 1917 berooid aan de gevolgen van een beroerte en nam de werkelijke aard van zijn geheimen mee in zijn graf.
De erfenis van Saunière
Wat ons rest zijn verwijzingen naar de perkamenten, de versieringen die Saunière in zijn kerk heeft aangebracht, enkele dagboekaantekeningen, zijn persoonlijke administratie en het bijzondere ontwerp van zijn domein. Er zijn verder nog verbindingen met een vreemd boek in 1886 uitgegeven door een tijdgenoot van Sauniere, de pastoor van het buurdorpje Rennes les Bains: Henri Boudet. We hebben verder de afbeeldingen op een aantal middeleeuwse schilderijen en de oude kwatrijnen van Michel de Nostradamus, de toekomstvoorspeller die familiebanden heeft met Alet, een stadje in de directe omgeving van Rennes le Chateau. Ook is er van recentere datum een bundeltje vreemde documenten die in de jaren 60 van de vorige eeuw bij een Parijse bibliotheek zijn gedeponeerd, de zogenaamde ‘Dossiers Secret’.
Sinds de jaren 50 is het enigma van de pastoor een interessante uitdaging voor onderzoekers over de hele wereld, elk met een eigen insteek. De theorieën over de herkomst van de rijkdom van de eenvoudige dorpspriester nemen steeds weer nieuwe vormen aan. Is het de grote Visigothische of Keltische goudschat? Is het de bergplaats van de Ark van het Verbond? Zijn het de tempelschatten uit Jeruzalem? Is het de schatkamer van de tempeliers, inclusief hun geheimen? Is het een opslagplaats van kunstschatten en waardevolle voorwerpen die in verband met oorlog of revolutie zijn verborgen? Heeft de pastoor zwijggeld gekregen voor de doofpot van een schandaal of voor het verborgen houden van het gevonden geheim? Is het de laatste rustplaats van Maria Magdalena? Of misschien ook wel die van Jezus? Is het de Heilige Graal, waarover in de middeleeuwen zo werden gezongen en geschreven?
Het Heilige Bloed
Die laatste vragen worden onder meer gesteld door Baigent, Leigh en Lincoln die in de jaren 80 hun bestseller Het Heilige Bloed en de Heilige Graal schreven over het mysterie van de pastoor. Zij kiezen voor de richting dat het geheim van de pastoor te maken heeft met de bloedlijn van Jezus en Maria, die na een vertrek uit het middenoosten in Zuid-Frankrijk is voortgezet. Het is een thema dat velen tot de verbeelding spreekt. Ook het recent verschenen docudrama The Bloodline heeft dit motief. De makers daarvan gaan ervan uit dat ze in de omgeving van Rennes le Chateau de tombe van Maria Magdalena hebben ontdekt.
Het enigma van Rennes le Chateau
blijft tot de verbeelding spreken. Nieuwe boeken en ideeën worden door de
ingewijden verslonden in de hoop ermee de ultieme aanwijzing te kunnen ontdekken
om het enigma te ontsluieren en zelf de
Graal te vinden.
Puzzelen met papier, doek en steen
Over perkamenten,
schilderijen, beelden en grafstenen
De perkamenten die Saunière volgens het verhaal heeft gevonden, kunnen
gemaakt zijn door één van zijn voorgangers Antoine Bigou. Hij was aan het einde
van de 18e eeuw de biechtvader van de laatste telgen van het
geslacht van de Hautpouls. De Hautpouls waren in die jaren de heren van Rennes
le Chateau en de bewoners van het kasteel in het dorp. De familielijn stierf
uit met de dood van Marie d’Hautpoul in 1781. Haar grafstenen zouden ook door
Bigou zijn gemaakt en vormen nu een belangrijk deel van de omvangrijke
verzameling van aanwijzingen in het mysterie. Het probleem echter met veel
aanwijzingen die worden gebruikt is dat de originelen niet meer bestaan. De
deksteen is door Saunière eigenhandig en met geweld van de inscripties ontdaan.
Een andere grafsteen zou ergens in familiebezit zijn opgenomen. Er wordt
gewerkt met kopieën van perkamenten die mogelijk zijn gemanipuleerd en met
beschrijvingen van objecten die vooral van horen en zeggen komen. Het is lastig
puzzelen zo.
Manuscripten
Van de manuscripten kunnen slechts kopieën worden getoond. Er zijn twijfels bij de echtheid. Maar als de manuscripten echt zijn vervaardigd door deze Bigou, dan deed hij dat kort voor hij rond 1790 moest vluchten voor de Franse Revolutie. Hij verbleef het laatste deel van zijn leven in ballingschap in Spanje. Hij verborg twee manuscripten, een kleine en een grote.
Bij
het kleine manuscript valt op hoe sommige delen onregelmatig zijn neergezet.
Hoe er kruisjes, punten en symbolen aan zijn toegevoegd. Hoe sommige letters
opvallend boven de regelorde uitsteken. Als die letters achter elkaar worden
geplaatst ontstaat de beroemdste zin uit het raadsel van Rennes le Chateau.
A DAGOBERT II ET SION EST CE TRESOR
ET IL EST
In deze codering wordt gesproken van een schat die kennelijk afkomstig is van Dagobert de Tweede, de laatste koning van de Merovingen. Daarmee is de belangstelling meer dan gewekt.
Het grote manuscript is een Latijnse bijbeltekst die zonder enige spatie achter elkaar is geplaatst, als in een soort raster. Ook daarin is een code verwerkt. De code is geavanceerder dan het kleine document. Het vergt een behoorlijke kennis van het coderen en kan alleen met toevoeging van een aantal letters van de grafsteen van de barones en met een paardensprong volledig worden opgelost. Maar zelfs de oplossing stelt de onderzoekers nog steeds voor raadsels.
BERGERE PAS DE TENTATION QUE POUSSIN TENIERS
GARDENT
Schilderijen
Wat bedoelt Bigou eigenlijk? BERGERE, TENTATION, POUSSIN en TENIERS kunnen in deze codeboodschap de sleutelwoorden zijn. Ze verwijzen dan naar twee schilderijen waarvan Saunière een copie uit Parijs zou hebben meegenomen en waaruit meer aanwijzingen kunnen worden gehaald over de plaats en de aard van het geheim.
BERGERE
en POUSSIN wijzen dan naar het werk van de beroemde Renaissanceschilder
Nicholas Poussin LES BERGERS d’ARCADIE (de herders van Arcadia). Het tafereel
dat Poussin laat zien van een groep herders bij een graftombe, zou kunnen
passen in het landschap niet ver van Rennes le Chateau. Op de grafsteen staat
de mythische tekst ET IN ARCADIA EGO. Een herder op het schilderij wijst er
uitdrukkelijk naar. De houdingen en
verhoudingen van personages en attributen leveren een aantal lijnen en figuren op die als ze op
een kaart worden geprojecteerd wel eens de aanwijzingen kunnen geven over de
bergplaats. Met de letters van de titel doen veel onderzoekers het kunstje dat
nog veel vaker in de codes van Rennes le Chateau gebruikelijk is: het anagram.
Met behulp van de letters worden nieuwe zinnen gemaakt. I TEGO ARCANA DEI (zie!
Ik verberg het geheim van God) of I TEGO
ARCA INDIAE (Zie! Ik verberg de ark van Ethiopië).
PAS DE TENTATION en TENIERS
zouden kunnen verwijzen naar een schilderij van David Teniers de jongere, een
Vlaamse schilder. Een schilderij dat aan hem wordt toegeschreven en waarop de
heilige Anthonius niet wordt
verzocht hangt in de kerk van Notre Dame de Marceile, een plaatsje bij Limoux,
ongeveer
Stenen
Daarnaast
zijn er de stenen. De bekendste stenen uit het mysterie zijn de twee grafstenen
van Marie de Nègre d'Ables, Dame
d'Hautpoul
de Blanchefort. Stukken van de deksteen zijn nog wel in het museum in Rennes le
Chateau te zien, maar Sauniere heeft er de bovenkant van weggehakt. Op deze
steen zouden Griekse en Latijnse letters en woorden hebben gestaan. Zo was er
een randschrift dat IN ARCADIA EGO vormde. Het kan een relatie zijn met het
schilderij van Poussin.
Van de andere staande steen is er een beschrijving en een
tekening uit 1905 bekend. Het opschrift is vreemd. Woorden zijn afgekapt of net
als bij het kleine perkament staan er letters uit het lood of zijn woorden of
letters verkeerd geschreven. Die vreemde letters vormen samen de woorden
MORT EPEE (dood - zwaard). Dit blijkt de sleutel die nodig is om het grote
perkament te decoderen.
Er is nog een derde steen die in
het mysterie een rol speelt. Na de dood van Saunière is deze gevonden bij het
gehucht Coume Sourde op een steenworp van Rennes le Chateau. Daaraan dankt hij
ook zijn naam: de Coume Sourdesteen. Ook deze steen is inmiddels verdwenen,
maar een redelijke getrouwe afbeelding lijkt bewaard te zijn gebleven. Een
driehoek, wat extra lijnen, een paar kruisjes en wat letters en woorden. Het is
van alle aanwijzingen degene die het meeste op een echte schatkaart lijkt. Met
deze stukken kan het grootste deel van de puzzel worden gemaakt. Wat we nog
missen is een bijzonder boek.
Wordt vervolgd…